Dubbeldael

Door
16 april 2015
Reacties (0)

Wegens omstandigheden moest ik per direct mijn huis uit in het centrum. Iets met belediging koningshuis in combinatie met een aanstaand bezoek van de chef des lands. Lichtelijk gedwongen door de landelijke veiligheidsdiensten heb ik mij tijdelijk verschanst in het spannendste stukje Dordt: Dubbeldam.

Als je je spullen aan het uitladen bent in Dubbeldam, merk je al snel dat je in een andere wereld bent beland. De Neuteboompjes staan van achter de bloemgordijntjes al te gluren naar wat voor schorriemorrie zich nu weer in hun straat komt huisvesten. Ik voel me al snel als Johnny in Zonnedael en dat is een heerlijke gedachte. Dat biedt inspiratie. Eens kijken wat voor rottigheid er in Dubbeldam allemaal uit te vreten valt met Kees, Toet en Henkie.

Als ik in mijn roze Chevrolet met tachtig kilometer per uur het Damplein op kom scheuren en hem netjes over drie parkeervakken verdeel, is de toon gezet. De lege blikken bier rollen uit mijn deur als ik deze open, vervolgens plemp ik mijn sleutelbos met vossenstaart netjes in mijn rooie jasje. Ik kijk om mij heen, aanschouw de pauperzooi en laat een stevige boer. Daarna is het tijd om aan mijn reet te krabben. Ik kijk naar Kees, die met die lekkere tieten, en zeg: “Kees, hier houdt mijn Flodder fantasie wel een beetje op, geen idee wat we moeten gaan doen”.

Ja, want wat dan? Ik zou het niet weten, er is ook geen reet te doen hier. Er is nog geen kroeg te vinden. Wat moet een weldenkend mens in Dubbeldam? Met tranen in mijn ogen denk ik aan ons gezellige centrum. Het is qua afstand niet ver weg maar het voelt als een andere wereld. Dus wat nu? Wat zou Johnny doen? Autoradio’s verkopen? Ze rijden hier allemaal Prius met inbouw radio. Whiskey stoken? Ook geen succes, ze lepelen hier non stop advocaat naar binnen. Er valt geen eer aan te behalen.

Misschien kan het allemaal niet. Misschien zou Johnny het ook allemaal maar op zijn beloop laten. Een momentje van bezinning, dat is goed voor een mens. Ik kijk het een tijdje aan, en troost mezelf met de gedachte dat het tijdelijk is. Want straks, als die papzak met zijn gevolg onze stad weer heeft verlaten, mag ik weer terug. Terug naar de stad, terug naar het centrum. En dan gaat godverdomme dat dak er he-le-maal af!

Leuk artikel? Deel het met anderen: