Geld afkomstig van bezwete balzakken is ook geld

Door
4 december 2015
Reacties (0)

Normaal is het de barman die iets vertelt over de horeca. Deze week is het de barvrouw. Ze deed haar verhaal eerder al eens op iDordt, maar na recente verhalen over geen vrouwen achter de bar vanwege schunnig publiek pakte wij een stuk uit een eerder verhaal. Omdat het belangrijk is om herhaalt te worden.

In de horeca heb je regels. Geschreven regels en ongeschreven regels. Op je vingers fluiten kan echt niet. De enige branche waar fluiten enigszins geoorloofd is noemt met de bouw.

Ik heb er schijt aan dat jouw -zichzelf totaal wegcijferende- vrouw hier naar misschien naar luistert, ik heb het druk en bij de kassa ga je ook niet lopen fluiten om de boel te laten vlotten. Wanneer ik ook de tanden uit je bek wil slaan is als je je hieraan schuldig maakt: “Heb JIJ voor MIJ een bakje mayonaise? Hey, kun JIJ voor MIJ even de verwarming aanzetten? Regel JIJ dat even voor MIJ?” Die nadruk op jij en mij maakt me misselijk. Waarschijnlijk probeert de klant een informele relatie op te bouwen (kijk eens hoe schaamteloos ik jou tutoyeer terwijl jij mij steevast met u blijft aanspreken), maar in feite werkt dit averechts.

Het harde ‘jij’ tegenover het zangerige ‘mij’ laat eerder zien dat de gast zich boven je plaatst: jij (het domme serveerstertje zonder naam) kunt voor mij (enorm getalenteerde, succesvolle zakenman die heel normaal gebleven is en daarom nog in een kutkroeg als deze een broodje komt eten) vast wel wat extra ham op die tosti doen? Nou, meneer de flut zzp’er, dat kan ik zeker. En weet u wat ik allemaal nog meer kan? Ik kan Oud-Grieks en Latijnse teksten vertalen, HTML coderen, eieren perfect pocheren en daarnaast heb ik een onderscheiding op zak voor beste scheikundeleerling van 2004. Ik heb een eigen bedrijf met weerzinwekkend strakke administratie, passie voor politiek en een talent voor cryptogrammen. Misschien is het wel eens in uw hoofd opgekomen dat ik hier niet noodgedwongen, maar voor mijn plezier werk?

Natuurlijk zijn er dingen die wij niet kunnen maken. En met wij bedoel ik het horecapersoneel. Hoe vaak wij al niet gefantaseerd hebben over het spugen op etenswaar of toevoegen van laxeermiddel in warme dranken. Helaas, beleefd blijven is de opgelegde wet. Tot een zekere man mij tot waanzin dreef. Ik werkte achter de bar in een club en liet hem vijf euro afrekenen. Hij gooide het briefje in de spoelbak om vervolgens het natte geld door zijn onderbroek te halen en tegen zijn bezwete balzak te schuren. Vol trots overhandigde de man mij het briefgeld en zei toen hij mijn afkeurende gezicht zag: “Wat zeur je nou? Geld is geld toch?” Oh, gaan we het zo spelen, dacht ik toen ik het druipende geld aannam. Ik pakte de tapbiertjes terug van de bar spuugde in elk exemplaar en zette ze voor zijn neus. “Wat klaag je nou man, bier is toch bier?”

Leuk artikel? Deel het met anderen: