In Indische sferen

Door
25 augustus 2013
Reacties (0)

Nederlands-Indië was Nederlands-Indië niet meer toen ik werd geboren, maar tijdens mijn schooltijd nog volop aanwezig. Nederlands-Indië, daarover gingen de verhalen van oom Piet, die er had gevochten tegen mensen die ‘ploppers’ werden genoemd. Volgens oom Piet zaten die in bomen gereed om zich op je te storten en je keel door te snijden.

 

Nederlands-Indië, dat was het land van onze leraar biologie. Hij had als kapitein bij het KNIL tegen de Japanners gevochten. Nu en dan knoopte hij zijn overhemd los om ons zijn oorlogsverwondingen te laten zien. Hij kreeg dan een angstaanjagende blik in zijn ogen. De biologieles schoot er nogal eens bij in.

 

Nederlands-Indië was een boek dat ik als kleine jongen las over de beeldschone dochter van een sultan, met wie het slecht dreigde af te lopen. Ik wilde die dochter gaan redden, later, als ik groot was, maar Nederlands-Indië was Nederlands-Indië niet meer. Het was Indonesië geworden, een land dat werd geregeerd door een zekere Soekarno. Soekarno was onze vijand, hij wilde Nieuw-Guinea, waar wij uit pure filantropie de primitieve Papoea’s aan het beschaven waren, van ons afpakken. Daarom stuurde hij, zo werd mij thuis verteld, alle Indo’s het land uit. Indo’s dat was toen een scheldwoord, nu is het een geuzennaam geworden.

 

Aanvankelijk kende ik maar één Indo, tante Ali. Zij was getrouwd met oom Joop, een neef van mijn vader. Tante Ali had dezelfde prachtige huidsleur als de sultansdochter uit het boek, maar voor de rest was het een bazig kolerewijf. Later, op de middelbare school, kwamen de spijtoptanten. Indo’s die door Soekarno waren verdreven. Er verschenen bloedmooie meisjes in de klas, met de huidskleur van tante Ali. Meisjes waarop we smoorverliefd werden, maar die voorlopig onbereikbaar bleven. Er werd gewaarschuwd voor vechtlustige broers.

 

Later bleek het met die broers wel mee te vallen. Ze waren vooral met muziek in de weer. Ik raakte goed bevriend met een aantal Indo’s. Ik leerde hun cultuur, hun warmte, gastvrijheid, familiezin, keuken en weemoedige herinneringen aan het verloren Indië kennen en waarderen. Op de universiteit werd hun geschiedenis een van mijn bijvakken.

 

De Indische cultuur leeft, behalve in familiekring, in muziek en in de kolommen van het tijdschrift Moesson, ook voort in de Pasar Malams, de Indische markten, waarvan die in Den Haag (die tegenwoordig Tong Tong Fair heet) de grootste en bekendste is. Dordrecht kan van die sfeer gaan proeven op de driedaagse Pasar Malam die vandaag begint op het Statenplein en in de Sarisgang. Ik zal er zeker zijn te vinden.

 

 

 

 

Leuk artikel? Deel het met anderen:

Super knus tijdens Lepeltje Lepeltje

Geplaatst op 5 juni door
IMG_0568-1

Dit hele weekend is er in het Weizigtpark foodfestival Lepeltje Lepeltje. Maar er valt meer te halen dan alleen eten. Er is muziek, theater, een markt en genoeg te doen voor kinderen. iDordt nam natuurlijk een kijkje bij dit eet festijn.Zodra ik onder het station door was gelopen zag ik de tentjes en hoorde ik […]

Lees verder... Reacties (1)