Met opgeheven hoofd

Door
23 november 2014
Reacties (0)

Ik werk in Rotterdam, woonde jarenlang onder de rook van de Kuip en heb er aardig wat vrienden. Feyenoorders. Vrienden die normaal gesproken graag met me meegaan naar FC Dordt om op de Krommedijk met een gelukzalige glimlach te verkondigen dat ‘dit toch dé manier is waarop voetbal beleefd behoorde te worden’. Die zaten vandaag aan de overkant.

Ja, ik ben ooit door mijn vader en opa aan de hand meegenomen voor mijn eerste stadionbezoek, op de Krommedijk. Ik denk dat ook die tijd een nederlaag hier of daar niet veel uitmaakte. Er kan er maar één club de mooiste zijn. ook als die eens een jaartje onderaan staat.

Een week lang kreeg ik vragen van Rotterdammers of ik al zenuwachtig was, of ik wel durfde. Want Feyenoord-FC Dordrecht stond op het programma. En Feyenoord was al weken in goede vorm, terwijl dat van onze Schapenkoppen…euh…niet gezegd kon worden.

Maar natuurlijk durfde ik wel, en, nee, natuurlijk was ik niet zenuwachtig. We hadden immers niets te verliezen. En dat zeg ik niet omdat onze trainer dat vooraf liet weten. Nee, dat konden we allemaal zelf ook wel verzinnen. FC Dordrecht heeft nu eenmaal weinig te verliezen als nummer 18 van de eredivisie in die grote, ouwe Kuip.

Maar bang waren we toch ook zeker niet, we gingen met opgeheven hoofd op pad naar vak GG. Als Dordtenaar raak je immers niet zo snel in de war als het even tegenzit. Dordtenaren zijn wel wat gewend wat ongeluk betreft, we staan wel vaker onderaan (ik citeer nu even vrijelijk iemand die, we noemen geen namen, vrijdagavond aan het woord kwam in een VI-reportage vanaf de Krommedijk). Het enige waar we voor moesten zorgen was dat we niet op achterstand kwamen en geen persoonlijke fouten maakten. Meer niet.

En zo makkelijk was het inderdaad, een tijdlang. Na een minuut of 11 bleken we nog gewoon stand te houden. Na 26 minuten ook. En een minuut later, ja hoor, nog steeds 0-0. En bij het rustsignaal ook! Het volle uitvak zong er lustig op los. Over dat we feest vierden, ook al stonden we onderaan. En wie weet, dachten we, bleven we overeind en stonden we binnenkort helemaal niet meer onderaan. Stel je eens voor!

Maar, je zal altijd zien, net toen ik tegen mijn buurman zei: ‘Dat puntje komt nu toch wel erg dichtbij’, toen kregen we een rode kaart (vrij gebruikelijk als we tegen grote clubs spelen), werden we teruggedrongen en klutste de bal voor de voeten van een Rotterdamse doelpuntenmaker.

De 2-0 deed er nauwelijks nog toe. Vakkie GG bleef zingen, bedankte de spelers voor hun inzet en toog huiswaarts. Toen we de trein uitstapte trof ik een glunderende vader met een dochter die luid zingend met een Dordt-sjaal zwaaide: “Het was haar eerst uitwedstrijd. Als ik haar zo zie zingen, is die 2-0 allang vergeten…

We kwamen met opgeheven hoofd weer thuis.

Emile v.d. Velde

Leuk artikel? Deel het met anderen: