Roken is zóóó rookverbod in de horeca

Door
28 juni 2014
Reacties (7)

Allereerst wil ik benadrukken dat ik meneer Kees Klok enorm kan waarderen. U kent hem wel, de bekende Dordtenaar waar iedereen geschiedenisles van heeft gekregen en te herkennen is aan zijn zonnehoed en sigaar. De beste man gaat met zijn tijd mee, want hij heeft ook Twitter en tweet geregeld over hoe het allemaal zou moeten in de wereld. Mocht deze man ooit dictator over Nederland worden, stel ik mij een gedwongen Bourgondische levensstijl voor iedereen voor, vol rode wijn, everzwijn en kwaliteitssigaren. Vanochtend stuitte ik op het volgende twitterbericht: “De voorstanders van een volledig rookverbod in de horeca zijn te vatten onder de termen: aanmatigend, bedillerig, dweepziek en intolerant.” Dit is geen aanval, slechts het grijpen van de mogelijkheid mijn mening te delen. Welkom op het internet.

Even los van het prachtige stukje proza dat hier de sociale media ingezonden wordt, struikel ik vooral over het woord ‘intolerant’. Ik rook zelf ook, maar vind niets goorders dan na een kroegavond wakker worden door de geur afkomstig van je kapsel. Als voormalig horecamedewerker moest ik de day after het rookhok schoonmaken en ik geloof dat ik nog liever stront van de muren schrob. Ik begrijp dat je als bezoeker van een horecagelegenheid voor een zeker doel komt, namelijk het hebben van een leuke avond. En ja, voor sommigen hoort daar rookwaar bij. Maar het verschil tussen rokers en niet-rokers is dat niet-rokers niet roken. En dat klinkt de simpel voor woorden, maar laat me dit vragen: Hoe zou jij het vinden om de hele avond achtervolgd te worden door de geur van rotte vis? En nee, dat is niet anders dan de geur van een asbak, want voor een schone neus stinkt het allebei. Een visboer zou zeggen: “Ik ruik het niet eens meer, men moet zich niet zo aanstellen.” maar een ieder ander zou een andere stamkroeg zoeken. Een roker voegt iets toe aan z’n leven, namelijk het inhaleren van verdorde planten met chemische toevoegingen en een ander -die deze keuze niet maakt- opzadelen met de geur en gevolgen van dit gegeven klinkt voor mij eerder intolerant. Zo van: “Ik doe iets wat stinkt, ongezond is en andere mensen ergert en het feit dat jullie daar last van hebben en de volksgezondheid willen beschermen maakt jullie zeikerds.” Laatst las ik het etiquetteboek van Wolfbrink en De Vries, een satirisch hoeheurtheteigenlijkboek dat ik iedereen kan aanraden. Op de situatie waarin de ene tafelgenoot de ander vraagt of hij het erg vindt als hij rookt, adviseren zij te zeggen: “Nee, natuurlijk niet. Vind je het erg als ik scheten laat?”

Niet-rokers zijn al heel tolerant, ze accepteren dat hun metgezellen om het uur voor de deur gaan staan om aan hun peuk te lurken, terwijl zij lijdzaam achterblijven met hun smartphone. Ze accepteren dat huisfeestjes zich langzaam vanuit de huiskamer verplaatsen naar de afzuigkap en als het drukker wordt het balkon. In de winter gaan de niet-rokers ‘voor de gezelligheid’ mee naar buiten en staan te klappertanden zonder dat ze beloond worden met nicotinetoevoer. Er zijn zelfs niet-rokers die accepteren dat er in bepaalde -niet nader te noemen- Dordtse kroegen nog steeds gerookt wordt en staan diezelfde avond nog agressief hun haren te wassen en hangen hun zondagse kledij te luchten in de tuin. Mogen zij de grens niet aangeven?

Een roker heeft een ziekelijke obsessie voor roken: “Waar kan ik roken, wanneer kan ik roken, hoeveel tijd heb ik om te roken?” Na het toedienen van de nicotine is deze honger even gestild, maar wat gebeurt er daarna? Rooklucht blijft dagen hangen. De schoonmaakster van Merz stofzuigt elke ochtend de stoep om alle peuken te verwijderen. De Dordtse straten liggen bezaaid met sigarettenfilters die mensen laconiek neergooien alsof het geen afval is. Bij de ingang van het Albert Schweizer staan mensen te zuigen alsof hun leven er vanaf hangt, terwijl de patiënten waarvan hun leven ervan af hangt daar langs moeten lopen. Negen van de tien keer, nee wacht, negenennegentig van de honderd keer wordt er niets van gezegd. Als er dan eindelijk wordt ingegrepen, in zo’n relatief klein dingetje als een horeca rookverbod, zijn deze stilzwijgende mensen intolerant? Ik denk dat het anders ligt, wij rokers zijn arrogant. Juist wij zijn bedillerig.

Leuk artikel? Deel het met anderen:
  • Cylin

    Rokers zijn net mensen. En mensen vinden dat ze prima zelf kunnen inschatten hoeveel overlast ze veroorzaken.

    Principieel ben ik tegen een verbod. Maar het is toch wel erg fijn dat mijn jas niet meer drie dagen later nog steeds naar rook ruikt.

  • griffio

    touché Mignon!

  • NeytAndText

    Verfrissend inzicht van een roker!

    Als getraind nicotinefan -27 jaren- en nog jonge niet-roker -2 jaren- kan ik the noble art of smoking in bars van twee zijden bekijken. In de eerste hoedanigheid had ik al enig begrip voor de niet-roker (niet te verwarren met de anti-roker, dat is namelijk iemand -niet zelden een voormalig roker- die zijn chagrijn op rokers projecteert). De niet-roker stikte en stonk omwille van mijn verplicht genot. Maar ja, de verslaving was pijnlijk en hardnekkig en dominant. Alles draaide om de mogelijkheid tot roken. Onderweg, op het werk, tijdens vakanties, na de film, na het eten: wanneer kan ik verdomme roken?! Ik wil roken! Je bent zelfs in staat je vlucht te missen, en je vrouw alleen richting de VS te trappen, druk doende met hysterisch inhaleren op een Heathrowtoilet.

    Pas als je de stok aan de wilgen hangt, en dat is zwaar, merk je dat rokers evenals anti-rokers dogmatisch kunnen zijn. Ze hebben het, net als ik destijds, over de vrijheid om te mogen roken. We zijn paria’s, m’neer, paria’s! En weet u wat pas kanker oplevert? Chemie-Pack en Shell. Ehm….nee, je bent keihard verslaafd en je doet alles om je nicotinebuisje te vullen. Zelfs een Rokerskerk oprichten en je beroepen op de Vrijheid van Godsdienst. Ik was lid.

    Maar goed, ik ben geen anti-roker geworden. Wat heeft het voor zin om donkerbruine pijpenlades, vaak voorzien van een vaste paffende clientèle, rookvrij te maken? Laat ze gaan en handhaaf het huidige beleid voor hotel, restaurant en grotere café’s.

    • Mignon

      Hahahaha dat vliegveldstukje is herkenbaar!

      • NeytAndText

        Hahaha, was ik al bang voor. Of bij een lay-over van twee uur zonder enige aarzeling de terminal verlaten, twintig minuten lopen richting de paspoortcontrole, langs de douane, met de wetenschap dat je terug dezelfde marteling (+ bodyscan) moet ondergaan. Allemaal voor een enkel nicotineshotje. Gewoonweg sneu.

  • PieterWolters

    De belangrijkste reden tegen roken in een cafe is nog wel dat je nu tenminste je bier kunt proeven. Met rook kan je net zo goed uilenzeik drinken i.p.v. lekker bier. Het verschil proef je dan toch niet.

  • disqus_6myo1qqoiy

    Het begint met verbieden van roken en eindigt bij ………… vul zelf maar in
    Zolang de mens op aarde is zijn we elkaar aan het zieken en dat gaat van kwaad naar erger Kijk in het M o en Rusland.

Geld afkomstig van bezwete balzakken is ook geld

Geplaatst op 4 december door

Normaal is het de barman die iets vertelt over de horeca. Deze week is het de barvrouw. Ze deed haar verhaal eerder al eens op iDordt, maar na recente verhalen over geen vrouwen achter de bar vanwege schunnig publiek pakte wij een stuk uit een eerder verhaal. Omdat het belangrijk is om herhaalt te worden.In […]

Lees verder... Reacties (0)

Niet-rokers denken in (rokers)hokjes

Geplaatst op 21 juni door

Het gaat echt gebeuren. De niet-rokers nemen de wereld over. Meer dan de helft van Nederland wil een rookverbod op terrassen. Rook stinkt namelijk zo.In 2004 werd de eerste stap gezet: niet meer roken in de werksfeer. In 2008 kwam de rookruimte. Maar als het café kleiner was dan 70 m2 meter mocht er nog […]

Lees verder... Reacties (6)