Trots

Door
27 augustus 2015
Reacties (3)

Lieve Andra, Barbara, Ewald, Herbert, Lars, Mandy, Martin, Rob, Peter-Paul, Sander, Silvia, Sopo en alle andere zwemmers,

Trots. Ik vind het altijd een beetje een raar begrip. Trots zijn op jezelf is tot daar aan toe; je hebt wellicht iets bereikt wat je niet voor mogelijk had gehouden. Je hebt dat niet bereikt door toeval, maar door inzet, zelfdiscipline, hard werken, zelfontplooiing, of wat dan ook. Het is een soort cadeautje aan jezelf, maar nooit onverwacht. Onverwachte overwinningen hebben niet genoeg moeite gekost om te belonen met trots. Trots zijn op jezelf is over je eigen grens gaan en dan met grote ogen terug kijken naar je prestatie: Dat heb ik maar mooi even geflikt. “Ik ben sowieso trots op je,” stond er eens in een sms’je dat ik kreeg vlak voor ik mijn werk moest presenteren aan een grote groep mensen. Deze vriendin was dus bij voorbaat trots, ook al bestond er een kans dat ik weg gejoeld zou worden of in het ergste geval op een zwarte lijst van kunstenaars zou eindigen, zij was in ieder geval bij voorbaat trots op mij. Wat betekent dat? Trots zijn op iemand anders?

Misschien bedoelde deze vriendin dat ik op dat moment iets deed wat zij nooit zo kunnen en daar bewondering voor had. Andersom doet zij ook genoeg dingen die ik nooit zou kunnen, maar voel ik dan trots? Trots zijn op je koter die eindelijk zelf d’r maillot aankrijgt (maar dan wel achterstevoren), is dat geen logisch en voorspelbaar resultaat van ontwikkeling? Trots zijn op Dordrecht is ook zo iets, zijn we dan trots op de huidige gemeenteraad? Of misschien op alle mensen uit de Dordtse geschiedenis die meegewerkt hebben aan de huidige staat van het eiland? Wellicht zijn we trots op alle architecten die ooit een bouwtekening tot uitvoer hebben weten te maken. Of is het een combinatie van al het bovengenoemde?

Ik heb hier een tijd over na gedacht, veel meer en langdradiger dan jullie interesse waarschijnlijk reikt. Nooit ben ik er helemaal zeker van geweest wat nou precies het gevoel was, dat blijkbaar zo algemeen ervaren wordt. Spoorde ik niet? Was ik te cynisch? Deze gedachten bleven in mijn hoofd opkomen, tot ik gisteren een telefoontje kreeg en ik trots opeens begreep. Ik had het nog nooit gevoeld. Tot gisteren.

Vijf jaar geleden is bij mijn vader prostaatkanker geconstateerd. In de praktijk is prostaatkanker de makkelijkst te genezen vorm van kanker bij heren, mits er geen ‘randjes’ achterblijven. Helaas was dit laatste bij mijn vader het geval. Uit respect voor mijn vader wil ik verder niet teveel over zijn ziektetraject uitweiden, maar laat mij vertellen dat ik nog nooit in mijn leven iemand heb gekend die zo positief, sterk, strijdlustig en bijzonder is als mijn vader. Met zijn laatste energie reed hij mijn kapotte wasmachine naar de vuilstort, at hij een blik tomatenpuree per dag voor de nodige anti-oxidanten en deed hij er alles aan om mijn kleine broertjes en zusje een even normale jeugd te geven als mijn broer en ik gehad hebben.

Door de medicijnen zag ik continu zijn uiterlijk veranderen. Van volle haardos naar vlas, van slank naar mollig en terug naar te mager. Deze veranderingen vonden bizar snel plaats, waardoor je elke dag geconfronteerd met de toekomst door een visueel verschil. En dan breekt Movember aan…

Tijdens Movember staat de maand november in het teken van bewustwording rondom de ziekte prostaatkanker. Een wellicht lastig onderwerp voor stoere mannen onder elkaar. Wanneer begin je met een periodiek prostaatonderzoek? En als het dan eenmaal zo ver is: Hoe is het om opnieuw te leren plassen door je bekken aan te spannen? Wat gebeurt er met mijn potentie? Om deze zaken bespreekbaar te maken is de tijdelijke snor in het leven geroepen. Massaal laten mannen hun snor staan, zonder precies te weten waarom. Ik durf hardop te zeggen dat een zeer, maar dan ook zeer klein percentage zich aanmeldt als ambassadeur en ook daadwerkelijk geld ophaalt voor onderzoek naar deze vorm van kanker. In november worden slachtoffers en familieleden van- dus niet alleen geconfronteerd met het continu hormonale lichaam in zicht, maar ook door alle snorren die als paddestoelen uit de grond schieten. Een ontspannen avondje bankhangen met een domme talkshow op tv, verandert al snel in de zoveelste confrontatie wanneer zelfs Humberto Tan een lullig vlassnorretje op zijn bovenlip heeft hangen. In de kroeg is het al helemaal behaard, meestal gepaard met de uitspraak ‘dat het ook een goede reden is om eens te kijken hoe het staat.’

Terug naar het gevoel van trots. Bewustwording omtrent prostaatkanker door een natuurlijk verschijnsel als baardgroei, verdient dat trots? In mijn ogen niet; je hoeft er niks voor te doen, sterker nog, het kost minder energie dan dagelijks scheren. Je gaat naar bed en het groeiproces gaat gewoon door.

Ondertussen is het lente en verschijnen in mijn inbox diverse persberichten en -pakketten van CitySwim. Ik kan mijn geërgerde zucht niet onderdrukken: “Pff, het zoveelste filantropische kankerproject van de afgelopen tijd. Het geld zal wel weer via de ene stichting de andere ingesluisd worden, waarvan uiteindelijk een nihil promillage gebruikt wordt voor onderzoek.” Ik ben niet trots op deze verbitterde argwaan. Sterker nog, ik haat het aan mezelf maar je groeit ernaar. Ik lees het eerste mailtje over het initiatief, sluit mijn computer af en besluit het leven buiten te zoeken.

Buiten is het leven zeker gaande, een klein groepje badmutsen ligt in het water van de Dordtse havens voor mijn appartement. “Fanatiek hoor!” roep ik hen toe. Al water proestend schreeuwt een vrouw vanuit de rivier dat ze trainen voor CitySwim.

Hoe dichter we bij de uiteindelijk datum in augustus kwamen, hoe drukker de Dordtse havens werden. Op woensdagen zwemmen er busladingen vol van de kerk naar bolwerk en terug. Het evenement ging steeds meer leven: Vrienden van mij schreven zich in, kennissen vertelden op het terras dolenthousiast over hun prestaties. CitySwim liet bij iedereen een positief gevoel achter, behalve bij mij.

Ondertussen ging het steeds slechter met de gezondheid van mijn vader, iets wat we konden voorspellen, dus kabbelde het proces redelijk voort. Voor hem een lijdensweg uiteraard, maar inmiddels was ik een soort toeschouwer geworden van een tragische film die maar niet eindigde. Terwijl gisteren ik in de kroeg mijn biertje dronk ging mijn telefoon. Ik hoorde de koele stem van mijn moeder aan de telefoon: “Mignon, geen paniek, maar papa is net met twee ambulances naar het ziekenhuis gebracht. Ze weten nog niet wat er aan de hand is.” Een minuut later had ik mijn broer aan de lijn met een van de raarste telefoongesprekken die ik ooit gevoerd heb: “Gaat hij dood?” “Ik weet het niet.” De plotwending van deze kutfilm werd onderbroken door een vriend die naast me kwam zitten en zei: “Ik doe toch mee aan de CitySwim.” Ik keek hem aan en voor het eerst in vijf jaar liepen mijn ogen vol water. Ik voelde zo’n onverklaarbare trots voor hem. Ik probeer mijn gevoelens altijd naar mezelf uit te leggen, maar het lukte niet. Ik voelde het gewoon, als liefde op het eerste gezicht. Ik dacht aan al mijn vrienden die deelnamen aan het evenement en -sorry lieverds- stuk voor stuk net iets te onsportief waren, net iets te dik, of enigszins motorisch gestoord lijken. Maar wel allemaal stuk voor stuk gezonde en schone lichamen hebben, die zich inzetten met hun eigen lichaamscapaciteit voor mensen die nog geen twee meter schoolslag zouden volhouden. Vrienden die een leven leiden zonder blikken tomatenpuree of morfine. Lichamen zonder chronische vermoeidheid. Deze deelnemers waren allemaal bereid het uiterste van hun lichaam te vragen, een totaal nieuwe ervaring aan te gaan, hun eigen grenzen te verleggen en dat allemaal door het allerbelangrijkste: Zichzelf uit te dagen. Ik werd overstroomd door een gevoel van liefde en trots. Dit ging niet meer over wakker worden met een tweedaagse snor ter bewustwording, dit gaat over jezelf vrijwillig ontplooien voor een ander.  Onprofessioneel een -niet voor de hand liggende- sport beoefenen, die elke spier in je lichaam op de proef stelt. Deze zelfuitdaging en liefde voor de medemens maakt al deze zwemmers real life superheroes, die de wereld voeden met positiviteit.

Mijn vader ligt momenteel nog in het ziekenhuis, maar is godzijdank zaterdag in staat de CitySwim vanaf de kade te bekijken. Tegen alle deelnemers aan deze uitdaging wil ik zeggen dat ik dat ik niet alleen trots ben op mijn vader, die al vijf jaar tegen zijn zin in tegen de stroom op zwemt, maar des te meer op jullie! Want ieder die vrijwillig de stroming trotseert, heeft mij voor het eerst het gevoel van trots laten ervaren. En dat is een leermoment dat ik voor altijd zal koesteren.

Leuk artikel? Deel het met anderen:
  • Kees Thies

    Mooi (slik).

  • Steftiaan

    hmmm, ik weet het niet hoor. dat beetje geld dat overblijft voor onderzoek. Onderzoek naar wat?
    Ik hoorde laatst een hoogleraar zeggen dat ze van kanker een chronische ziekte willen maken….
    Ik zou zeggen denk na over hoe het zou komen dat 1 op de 3 mensen kanker krijgt. er zijn vast verbanden te leggen….

    ik ga nu met mijn moeder naar de Daniel Den Hoedt we worden er om 14:10 verwacht en de prostaatkanker bij mijn vader is volgens mij chronisch na zes jaar…

    • Keuringsdiensd van Wahrheit

      Kortom – met alle eerbied en respect voor ieders persoonlijk verhaal, zoals bijvoorbeeld hierboven omschreven, en ook de goede bedoelingen van vele deelnemers! -, dat hele “City swim – fight Cancer ” evenement
      lijkt uiteindelijk dan, nadat je het op de “snijtafel hebt gelegd ‘ niets meer en minder dan een ijdele mediashow waar veel mensen vooral aandacht voor hun eigen trots vragen en een gezellige sportieve dag hebben…..of zie ik dit verkeerd?

      Met gepaste aandacht maak ik hierbij een bedrag over aan het http://www.kwf.nl/Pages/default.aspx het KWF,

      ik ben er niet trots op maar dit terzijde.